D66 kondigt kind-eerst-wet aan voor betere bescherming van kinderen bij mishandeling
De rechten en belangen van kinderen die slachtoffer zijn van geweld, seksueel misbruik of verwaarlozing krijgen in de praktijk onvoldoende gewicht in de manier waarop bescherming is georganiseerd. D66 wil dat met deze wet veranderen.
De wet zorgt ervoor dat kinderen die zelf aangeven niet veilig te zijn, of bij wie ernstige signalen van mishandeling bestaan, snel en zorgvuldig worden gehoord. Niet pas nadat organisaties afzonderlijk naar de situatie kijken, en niet afhankelijk van toestemming van ouders wanneer die het gesprek met het kind kunnen beïnvloeden. Het uitgangspunt wordt: het kind eerst.
Het eerste moment is cruciaal
Een eerste signaal van onveiligheid vraagt direct handelen. Toch worden kinderen niet altijd meteen gesproken. Professionals informeren vaak eerst ouders of vragen toestemming voor een gesprek met het kind, ook wanneer de zorgen juist over die ouders gaan. Daardoor komt het voor dat kinderen niet direct worden gehoord en zich niet vrij kunnen uitspreken.
Door de versnippering van verantwoordelijkheden en wettelijke kaders komen signalen bovendien niet altijd direct samen. Verschillende organisaties werken na elkaar in plaats van in samenhang, waardoor vertraging ontstaat en informatie verloren kan gaan.
Waarom het nu anders moet
Kinderen vertellen hun verhaal daardoor soms meerdere keren bij verschillende organisaties. Dat belast hen en vergroot het risico dat informatie verloren gaat of dat hulp, bescherming en onderzoek niet goed op elkaar aansluiten.
Defence for Children Nederland stelt dat ieder kind dat mogelijk slachtoffer is van mishandeling of seksueel geweld recht heeft op een veilig, zorgvuldig en deskundig eerste gesprek. De bescherming van het kind moet vanaf het eerste signaal leidend zijn.
Kind-eerst-wetgeving
Kind-eerst-wetgeving legt vast dat bij ernstige signalen van kindermishandeling het kind en zijn of haar rechten vanaf het eerste moment centraal staan.
Dat vraagt dat betrokken organisaties, zoals Veilig Thuis, jeugdhulp, politie, het Openbaar Ministerie en medische professionals, direct samen optrekken rond het kind. Het kind wordt gehoord door gespecialiseerde professionals, bij voorkeur op een vaste en vertrouwde plek. Het eerste gesprek vindt in principe plaats zonder ouders of verzorgers, en zonder voorafgaande toestemming wanneer dit de veiligheid of het vrije spreken van het kind belemmert.
Barnahus: één plek voor bescherming, hulp en onderzoek
Het Barnahus-model laat deze aanpak in de praktijk zien. Barnahus – Scandinavisch voor ‘kinderhuis’ – brengt jeugdzorg, gezondheidszorg, politie en justitie samen op één plek rond het kind.
Het kind wordt daar één keer gehoord door gespecialiseerde professionals in een veilige, kindvriendelijke omgeving. Daarna stemmen professionals bescherming, hulp en onderzoek direct op elkaar af. Dat voorkomt dat kinderen hun verhaal steeds opnieuw moeten vertellen en verkleint de kans op miscommunicatie of vertraging.
Barnahus bestaat in meer dan twintig Europese landen en geldt internationaal als een bewezen effectieve aanpak om kinderen beter te beschermen en secundaire schade te voorkomen.
Kinderrechten vragen om actie
Defence for Children Nederland ziet de wet als een belangrijke stap richting betere naleving van kinderrechten. Kinderen hebben recht op bescherming tegen geweld, recht om gehoord te worden en recht op effectieve hulp wanneer zij onveilig zijn.
Dat vraagt om directe actie zodra een kind zich uitspreekt of signalen van onveiligheid geeft, niet pas achteraf.
Defence for Children Nederland roept de politiek op om deze wet met urgentie verder te brengen. Elk kind dat aangeeft niet veilig te zijn, heeft recht op een snelle, deskundige en kindgerichte reactie, vanaf het eerste moment.